Vorige week was er een extra commissievergadering georganiseerd om te praten over het geweld rond de jaarwisseling, met name in de Minckelersstraat. Brandstichtingen, vernielingen, hulpverleners die werden belaagd; iedereen in de raad schrok daarvan. Hoe kon dat ineens zo ontsporen?

Tijdens de vergadering werd duidelijk dat niemand dit had zien aankomen, ondanks de uitvoerige voorbereiding. Dat roept ongemakkelijke vragen op. Is er meer aan de hand in deze wijk? Zijn er groepen actief die we uit het oog zijn verloren? En weten we eigenlijk nog wel wie hier de raddraaiers zijn?

Ik heb in de vergadering gezegd: “Weten wij niet meer wie de raddraaiers in de wijk zijn? Hebben wij het losgelaten? Weten wij niet meer wat er gebeurt in de stad?” Die vragen kwamen niet uit de lucht vallen. Jaren geleden werd er na ongeregeldheden in wijken heel gericht in kaart gebracht wie betrokken was en wie daar omheen hing (de “broertjes” noemden we dat toen). Dat maakte het mogelijk om vroeg in te grijpen.

Een veilige stad (of dorp zo je wil) begint bij weten wat er speelt. Niet pas als het al uit de hand loopt. Wat zien BOA’s op straat? Wat horen wijkagenten? Wat merken jongerenwerkers en buurtteams? Waar schuift iets, waar ontstaat spanning? Die signalen zijn er vaak wel, maar ze zijn versnipperd. Ook bij het “luisteruurtje” dat daags na de rellen werd georganiseerd gaven buurtbewoners aan dat het al langer niet goed gaat in de wijk. In zoverre was dit dus misschien wel een beetje aan te zien komen.

De burgemeester gaf aan dat dit type ongeregeldheden nieuw is (en dat is het ook) en dat er nu intensief wordt gewerkt aan analyse en opsporing. Ook gaf hij aan dat er “werk aan de winkel” is om te kijken wat er nu precies speelt in deze wijk.

De VVD wil het liefts de aanpak van 10 jaar geleden terug, want die werkte. Zonder inzicht stuur je in het donker. Dus hop, de paden op, de lanen in om in kaart te brengen wat er speelt voordat het nog een keer uit de hand loopt!

Hidde Fennema